Home Redactie

Blog: En toen had ik darmkanker

Het was het begin van een nachtmerrie. Alleen dan 1 waaruit we niet meer wakker werden. Een nachtmerrie die ik in e-mails aan vrienden, familie, collega’s en bekenden heb opgeschreven. Ik ben Renate. Deze e-mails heb ik bij elkaar gezet, samen met een kleine greep uit de vele honderden reacties die ik heb gekregen. Want hoeveel is er nou eigenlijk bekend over hoe het verder gaat, na zo’n eerste diagnose? Ik heb nooit voorzien dat de nachtmerrie er zo uit zo zien.


Hoe het begon:

Die eerste dag dat de diagnose kwam, daar durf ik nauwelijks aan terug te denken. De paniek, de angst.

De dag ervoor was het darmonderzoek gedaan. Dat was akelig. Het laxeermiddel waar ik me ellendig van ging voelen, het onderzoek dat erg pijn deed. Ik herinner me dat ik heel hard en wanhopig “au au au” riep, en ik herinner me wat vage flarden van beelden op de monitor van de binnenkant van mijn darmen. En daarna een genadig niets toen ik onder zeil ging. Hebben ze me toen meer narcose toegediend?




Maar hoe dan ook, bang voor de uitslag was ik niet. Ik had immers colitis, een ontsteking in mijn darmen, niets ernstigs. Het bangst was ik nog voor de reprimande dat ik voor niets aan de bel had getrokken, omdat er helemaal niets mis met me was.

Ik was vaag ongerust toen ik bijkwam terwijl ik nog op de onderzoekstafel lag en ik niet hoorde praten over een ontsteking maar over twee potjes waar ze iets in hadden gedaan. Maar toen herinnerde ik me dat er van tevoren was gezegd dat ze wellicht poliepen zouden tegenkomen en die dan weg zouden halen. Ik stelde mezelf gerust met de gedachte dat ze het daarover hadden.

Ik was er ook niet ongerust over dat ik het onderzoek binnen zes dagen had gekregen, terwijl ik eerder geluiden had gehoord over een wachtlijst van zes weken. Ik dacht dat ik gewoon mazzel had, niet dat de internist die dit had geregeld ongerust was. Het eerste wat hij gezegd had was immers “een colitis-achtig beeld” bij de opsomming van mijn symptomen. Natuurlijk had ik geen darmkanker – ik was 46 jaar, had nooit gerookt, 25 jaar vegetarisch gegeten, was niet te dik en had een goede conditie. Ik maakte me geen zorgen.

Op de uitslaapkamer zou ik van de internist de uitslag horen, maar de verpleging kon hem niet bereiken. Dus ik moest zonder uitslag naar huis – en had nog een gezegende onwetende avond.

Als ik de volgende middag nog niets van de internist had gehoord moest ik maar bellen, zei de verpleging. Dus dat deed ik. Ik kreeg een secretaresse aan de lijn, en een afspraak voor over twee weken. Ik vond het best.

Thomas en Jonathan waren die middag thuis, en hun vriendje Micha. Ik had net Micha’s moeder binnengelaten die hem kwam ophalen. Ik was in de keuken bezig, we zouden stamppot andijvie eten, de aardappels kookten en ik had net uien in de koekenpan gedaan. En toen ging de telefoon.

Het was dr. W., de internist. Ik was niet gealarmeerd, dacht dat hij niet gezien had dat ik al een afspraak had gemaakt of dat daar nog iets aan veranderd moest worden. Hij vroeg of het gelegen kwam dat hij belde, en omdat ik dacht dat het iets korts en onbelangrijks was zei ik “Ja”, ook al stond het eten op het vuur en renden er drie kinderen door het huis en was Miriam, Micha’s moeder, in de kamer.

Dr. W. vroeg hoe het onderzoek gisteren was gegaan. Ik antwoordde opgewekt en nietsvermoedend dat het erg zeer had gedaan maar verder wel goed.

Vervolgens stortte de wereld in.

Dr. W. zei dat hij had gezien dat ik een afspraak had gemaakt voor over twee weken op de poli maar dat dat beslist niet kon gezien de uitslag van het onderzoek. Ik moest volgende week bij hem op de poli komen, en hij wilde mij nu ook maar telefonisch de uitslag geven, hoewel hij begreep dat dit niet zo’n goede manier was. “Ze hebben in uw darmen iets gezien dat daar niet hoort” (“Ja natuurlijk”, dacht ik nog, “een ontsteking immers.”) – “een tumor.”

Koude paniek toen hij dat zei. Een verstijfd “Oh” was het enige dat ik kon uitbrengen.

Miriam zei later dat ze gemerkt had dat er iets heel erg mis was tijdens dit telefoongesprek. Nog tijdens het gesprek had ze haar zoontje te pakken gekregen en de jas en de schoenen aangetrokken.

“Schrikt u hiervan?” vroeg dr. W. “Ja, hier schrik ik van.” Dr. W. begon weer te vertellen dat hij het me helaas wel per telefoon moest vertellen omdat ik binnenkort een oproep zou krijgen voor een onderzoek in een CT-scan en ik daar toch ook ongerust over zou worden als ik nergens van wist. En dat ik anders ook ongerust was geworden over de vooruitgeschoven afspraak op de poli. Ik kon niets meer uitbrengen.




Miriam zwaaide om het hoekje ter afscheid en nam Micha mee en ik zwaaide beleefd terug. Het voelde volkomen onwerkelijk.

Vervolgens begon de internist een verhaal waar ik nog meer van in paniek raakte en wat ik nauwelijks kon volgen – bij welke symptomen ik onmiddellijk het ziekenhuis moest bellen omdat er dan acuut levensgevaar was. Ik wist niet meer te zeggen dan af en toe “ja” en “oh”. Verstijfd, doodsbang, in paniek. Waar was ik in terecht gekomen? Hij verontschuldigde zich nogmaals dat hij me dit nu telefonisch had verteld, maar dit had hem gezien de omstandigheden toch het beste geleken aangezien er snel vervolgonderzoek moest komen in een CT-scan om mijn buik en borst te onderzoeken.

En toen was het telefoongesprek afgelopen, waren de uien inmiddels aangebrand, had ik twee hongerige kinderen rondstuiteren, was ik volledig in paniek en in tranen, en was David nog niet thuis. Ik wist me geen raad.

Nieuwe uien snijden en fruiten, dat ben ik toen maar gaan doen. Andijvie snijden, stamppot stampen, tafel dekken, alles in een waas van paniek. De kinderen aan tafel, opgeschept.

En toen hoorde ik David thuis komen. Ik besefte dat ik hem eerst alleen moest spreken. Ik zei “Daar is papa, ik moet even naar hem toe om wat te zeggen, ga maar alvast eten.” En ik ging naar de gang en deed de deur zorgvuldig dicht.

“Dr. W. belde daarnet. Het is een tumor.”

We waren allebei bang, in tranen, in paniek, overstuur. Zo konden we niet bij Thomas en Jonathan aan tafel. Wat te doen?

We zijn maar naar de slaapkamer gegaan. We waren bang dat het er slecht voor stond. Ik had de laatste tijd meer fysieke klachten dan alleen die buikpijn. Uitzaaiingen? Geprobeerd weer rustig te worden. Overlegd wat we tegen Thomas en Jonathan zouden zeggen, en wanneer – morgen maar, die avond hadden we voor onszelf nodig, we waren nu te emotioneel.

Toen we uiteindelijk naar beneden gingen, aan tafel, waren Thomas en Jonathan al klaar met eten. Thomas zei een jaar later tegen papa dat hij weer aan deze avond moest denken – al hebben we hem die avond niets verteld, hij heeft de paniek gevoeld en die avond staat in zijn geheugen gegrift. Die avond van 26 januari 2010.

** Om privacy redenen zijn de namen en foto’s in dit verhaal gewijzigd.

U kunt haar volgen op haar eigen blog.

**
U kunt op onze Facebook pagina reageren op dit artikel. Uw mening, advies en/of power stellen wij zeer op prijs. Wilt u een verhaal of familiebericht plaatsen? Stuur het naar [email protected] en wij publiceren het gratis.