Video: Top 10 Surinaamse popmuziek

Op verzoek van Het Parool koos de schrijver Didi Samwel zijn tien favoriete liedjes uit veertig jaar Surinaamse popmuziek. En op de eerste plaats staat uiteraard Max Nijman met het nummer “Ai Sranan”!
1. Max Nijman, Ai Sranan 1974

‘Een evergreen van een zanger die niet genoeg kan worden geprezen. Het populairste station in Suriname, Radio 10, draait elk jaar op Onafhankelijkheidsdag een top 40 met nummers die om de een of andere reden belangrijk zijn voor de Surinaamse identiteit. Wat Bohemian Rhapsody is voor de Top 2000, is Ai Sranan voor de Srefidensie Top 40: je weet een jaar van tevoren dat het nummer één zal zijn. Als je vroeger met de SLM naar Suriname vloog, werd het nummer na aankomst op Zanderij gedraaid. Het staat symbool voor thuiskomen. De hele cabine zong mee. Ik kreeg er kippenvel van.’




2. Lieve Hugo, Mi seni a booi 1974

‘Nog zo’n grootheid. The king of kaseko. Dit nummer wordt veertig jaar later nog steeds op alle feesten en partijen gedraaid. Wat het ook zo bijzonder maakt, is de opbouw van het nummer. De voorzanger en het koor zijn verwikkeld in een spel van vraag en antwoord, een manier van communiceren die zijn oorsprong vindt in het leven van de slaven op de plantages. Hugo is op jonge leeftijd in Amsterdam overleden, kort voor de afkondiging van de onafhankelijkheid in 1975. Hij was geboekt voor een feest op 25 november, maar uiteindelijk reisde alleen zijn stoffelijk overschot met het vliegtuig naar Paramaribo.’

3. The Twinkle Stars, Oen Egi Pasi 1975

‘Bij het woord nationalisme denken we in Nederland al snel aan Wilders, maar in Suriname staat het voor de nog voortdurende zoektocht naar de eigen identiteit. The Twinkle Stars met Oscar Harris in de gelederen was de eerste Surinaamse formatie met een platencontract in Nederland. De opwinding en de trots werden nog groter toen ze met A soldiers prayer – een zoete ballad in Amerikaanse stijl – een eerste plaats behaalden in de Nederlandse hitparade. Oen Egi Pasi is helemaal Surinaams, en gaat over het zoeken van de eigen weg.’

4. Thunderstorm, Hey you get ready 1981

‘Er is een mooi verhaal over Wilson Pickett die voor een paar concerten naar Paramaribo kwam. Als begeleiders had hij Surinaamse musici geregeld. Die jongens konden geen noot lezen, maar speelden de nummers meteen moeiteloos na. Pickett was verbijsterd; daar trok hij thuis in de Verenigde Staten minstens een week voor uit. Thunderstorm komt voort uit The Twinkle Stars en The Happy Boys en speelde in de jaren tachtig ontzettend goede funk in de sfeer van Kool and the Gang en Earth, Wind and Fire. Als ze in Engeland of Amerika waren geboren, hadden ze heel groot kunnen worden.’

5. Trafassi, Brombere 1982

‘Trafassi is bij het grote publiek bekend van Wasmasjien, maar weinig mensen weten dat de band ook een andere kant heeft. Dit nummer was een reactie op de militaire periode onder Bouterse. Brombere betekent strontkar. Het leidde ertoe dat zanger Edgar Burgos in Nederland een brief kreeg van ambassadeur Henk Herrenberg met het verbod om naar Suriname af te reizen. Maar Trafassi was razend populair in Suriname en ging toch op toernee. Tijdens het eerste concert kwamen de militairen kijken. Iedereen in de zaal zat te wachten op Brombere. Burgos kan geweldig improviseren en gaf ter plekke een draai aan de tekst waardoor het lied plotseling over de situatie in Guyana handelde.’

6. Sukru Sani, Pompo Lollie 1990

‘Kawina is een muziekstroming die teruggaat naar Afrika: alleen maar slaginstrumenten en zang. De nummers duren lang en kunnen iets van een trance veroorzaken. Het is muziek die vroeger alleen in het bos werd gespeeld, en in de volksbuurten van Paramaribo. Kawina was lang taboe, net zoals er op school en thuis geen Sranantongo mocht worden gesproken. Sukru Sani scoorde met Pompo Lollie een dijk van een hit, en daarmee werd het taboe doorbroken. Het verhaal gaat dat ze het zelfs in de Assemblee zongen, nadat een van de parlementariërs het ritme op zijn tafeltje had getrommeld.’

7. Papa Touwtje, Gangster 1994

‘Ook een grote meneer in Suriname, waar iedereen wel een al dan niet legaal aangeschafte cd van Papa Touwtji in de auto heeft liggen. Hij was de eerste die in de jaren negentig reggae, dancehall en rap in zijn muziek verwerkte. Hij was ooit neergeschoten tijdens een inbraak in een garage en dat kostte hem een been. Als gevolg daarvan kon hij zich helemaal op de muziek richten. Tragisch genoeg is hij ook door een kogel om het leven gekomen tijdens een familieruzie. De familie zegt dat het een ongeluk was. Hij maakte zich sterk voor de auteursrechten van artiesten: als hij op de markt illegale cd’s van hemzelf zag liggen, kon het gebeuren dat hij de verkoper een klap met zijn kruk gaf.’

8. Aptijt, Boeke 2005

Aptijt is de ideale band voor feesten en partijen. De groep woont in Suriname maar brengt de zomer steevast in Nederland en België door, spelend op festivals. Ik heb een keer in een open bus mogen meerijden met een parade door Paramaribo. Toen Boeke werd gespeeld, stond letterlijk iedereen langs de kant met zijn billen te schudden. Dansen is belangrijk. Als iemand een feest organiseert, wordt eerst een goede band geregeld. Het is eerst zitten, eten en drinken, en als de band begint te spelen gaat iedereen de dansvloer op. Alleen de gasten met een houten been zijn verontschuldigd. Ik had een keer een lelijke blessure opgelopen met voetbal, maar dat werd niet gezien als een reden om niet te dansen.

9. Marianne Cornet, Suriname, ik kan jou niet loslaten 2007

‘Ik denk niet dat die naam iemand in Nederland iets zegt, maar in Suriname is ze redelijk bekend. Ik ben van dit nummer gaan houden tijdens een opdracht om het Surinaams voetbalelftal te volgen bij de kwalificatie voor het WK. Een prachtige klus die me onder meer naar Costa Rica, Trinidad en Tobago en Curaçao bracht. De spelers van Suriname zongen dit nummer altijd tijdens de warming-up. Nee, ze hebben het niet gered. En in Suriname is een uitschakeling aanleiding om de hele organisatie meteen maar te ontmantelen in plaats van te bouwen aan een elftal dat zich de volgende keer wel kan kwalificeren. Zonde, want de spelers bulken van het talent.’

10. Kenny B & Benaissa, Wai Gwe 2011

In de tijd dat wij in Suriname woonden, scoorde Kenny B. de ene hit na de andere. Heerlijke muziek van een heel ontspannen en bescheiden man. In Nederland is hij vorig jaar doorgebroken met een plaat voor de Nederlandse markt. Niet onbegrijpelijk, want hij heeft nu veel meer mogelijkheden als artiest dan hij ooit in Suriname zou kunnen hebben. Toch vind ik het jammer dat we hier niet wat meer van de Surinaamse Kenny B. te horen krijgen. Wai Gwe geeft een goed beeld van wat hij kan. Ik begrijp dat er plannen zijn voor een paar grote concerten in Suriname. Waar hij het voorheen van optredens op straat moest hebben, kan hij nu moeiteloos een voetbalstadion vullen. In Paramaribo zijn ze razend trots op zijn sterrenstatus in Nederland.


BRON: HET PAROOL





**
Wilt u een verhaal of familiebericht plaatsen? Stuur het naar familienieuws.com@gmail.com en wij publiceren het gratis