Home Redactie

Redactie: Selma ‘Mijn stage-dag in een ziekenhuis in Paramaribo’

Selma Koedood (18) uit Maassluis is tweedejaars mbo-v in Rotterdam en blogt over alles waarover ze zich verwondert op school en tijdens haar stages. Ze schreef ook een stukje over haar stage in Suriname. Lezen jullie mee:

Blog Selma: ‘Bananenbladeren en maden in Suriname’
Selma is stagiaire in een ziekenhuis in Paramaribo. Bij gebrek aan verband plukt ze bananenbladeren. ‘Bij het zien van de wond zie ik het: er zitten wat beestjes, die verdacht veel op maden lijken.’

De chirurgie; een lange donkere gang met aan weerskanten zalen met bedden voor zes personen. Een afdeling die zon-technisch niet heel praktisch ligt, maar die met haar diverse ziektebeelden en operaties mijn kennis rijkelijk aanvult.

Vandaag zal ik voornamelijk de wondzorg doen, want ik moet daarvoor nog behoorlijk wat punten aftekenen. Ik sta in een mannenzaal, waar de mannen over en weer in het Sranantongo tegen elkaar roepen als ik binnenkom. Ik trek de geel-verkleurde gordijnen die langs het bed van de eerste patiënt hangen, dicht. Meneer zijn onderbeen is geamputeerd en de stomp is nu vergezeld van een flinke ontsteking. Terwijl de zon de palmbomen om het ziekenhuis laat stralen, haal ik voorzichtig het verband van de wond af. Bij het zien van de wond begin ik nog harder te zweten dan ik al deed; er zitten wat beestjes, die verdacht veel op maden lijken, in de wond. De wond heeft geel en groen exsudaat met hier en daar necrotisch weefsel. Wanneer de geur mijn neus bereikt, moet ik even rechtop staan om de zwarte vlekken voor mijn ogen te laten verdwijnen.




Deze lieve man, ondanks zijn donkere huidskleur ziet hij lijkbleek. Hij kijkt met afgrijzen naar de plek waar ooit zijn onderbeen zat. Hij praat gebrekkig Nederlands, maar zijn lichaamstaal kan ik goed verstaan. Ik zie afgrijzen, schaamte en angst. De drie tenen aan zijn andere been zijn ook al weg, wat blijft er nog van hem over? De diabetes en zijn jarenlange ongezonde levensstijl eisen nu hun tol.

De wondzorg laat nogal wat te wensen over, regelmatig moet één van de collega’s of ik bij gebrek aan behoorlijke verbanden bananenbladeren plukken. Azijnzuur en Betadine worden hier rijkelijk gebruikt bij de wondverzorging.

Waarom komt niemand even bij deze man zitten? Waarom legt niemand even een hand op zijn schouder? Waarom is er zo weinig communicatie en empathisch vermogen van de verpleegkundigen in dit ziekenhuis? Zit dat in de cultuur, of wordt er geen aandacht aan besteed in de opleiding? Ik weet het niet.

Ik word opgeschrikt door de hoofdzuster; een robuuste vrouw die op verbazingwekkend laag tempo haar dagelijkse bezigheden uitvoert. Haar werkkleding, in Suriname is dat een witte jurk met kousen, staat strak gespannen om haar grote lichaam. Met grootse bewegingen trekt ze één voor één de archieflades open. Er is iets in haar houding dat een enorme statigheid vertegenwoordigt.

Ze intrigeert mij ontzettend. Misschien is het haar postuur, of het feit dat ze de hele dag op kauwgom kauwt. Vaak verplaatst ze zich de hele dag in een stoel met wieltjes. Vanuit de stoel rolt ze over de gangen en geeft ze bevelen aan de andere zusters.


(Blogger Selma Koedood)

De hoofdzuster zegt me dat ik naar de arts moet gaan om het wondbeleid af te spreken. Ik geef de man van wie ik de wond net heb verzorgd een hand. ‘God zegene jou’, zegt hij in gebrekkig Nederlands.
Bron: www.nursing.nl



**
Wilt u een verhaal of familiebericht plaatsen? Stuur het naar [email protected] en wij publiceren het gratis